Diversiteit in de trein

‘Ik ben altijd blij als ik weer terug kom in Den Haag. Dan voel ik me echt thuis, weet je’, zegt de vermoedelijk Surinaams-Nederlandse jongen aan de andere kant van het gangpad. ‘Ja, tuurlijk. Omdat het je stad is toch’, antwoordt de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen tegenover hem. ‘Dat heb ik met Rotterdam. Maakt niet uit waar ik ben, Turkije, Duitsland, Zwitserland, altijd mis ik Rotterdam. De mensen, de winkels, het eten. Je weet toch, kapsalon enzo.’ ‘Omdat het je stad is’, knikt de vermoedelijk Surinaams-Nederlandse jongen. ‘Rotterdam is gewoon je stad’. ‘Ja, precies’, reageert de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen.

‘Ik heb dat meer met Leiden’, zegt de oudere vermoedelijk autochtone man naast hen plotseling. De jongens zijn er even stil van. ‘Omdat het je stad is’, zegt één van hen dan welwillend. ‘Precies’, zegt de man. ‘Maar ik vind Leiden ook een vette stad hoor’, zeg de vermoedelijk Surinaams-Nederlandse jongen. ‘Die grachtjes enzo. En je hebt er leuke cafés’. ‘Ja, dat klopt’, zegt de man, nu de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen aankijkend.’ Ik heb ook twee jaar in Rotterdam gewoond hoor. Vond ik ook hartstikke leuk. Maar ik wilde toch weer terug naar Leiden.’ ‘Tja, het blijft toch je stad’, zegt de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen. ‘Ja, precies’, zegt de man. ‘Rotterdam is wel hartstikke leuk als je jong bent. Je kunt er leuk uitgaan’. ‘Ja’, zegt de vermoedelijk Surinaams-Nederlandse jongen nu. ‘Ik ga ook graag uit in Rotterdam. Maar ik zou er niet willen wonen. Ik woon liever in Den Haag’.

Er volgt een moment van begripvol naar elkaar knikken. Dan vervolgt de vermoedelijk Surinaams-Nederlandse jongen: ‘Ik zou ook niet in Amsterdam kunnen wonen. Dan zat ik elke dag in het café. Dat zou echt niet goed voor me zijn, man.’ De oudere, vermoedelijk autochtone man en de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen lachen besmuikt. ‘Utrecht is ook leuk’, zegt de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen dan. ‘Ja’, zegt de vermoedelijk Surinaams-Nederlandse jongen. ‘Vooral het centrum. Met die grachtjes. Leuk om te winkelen enzo.’ Instemmend geknik weer van de anderen. ‘Ik vind Overvecht echt een leuke buurt man’, zegt de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen. ‘Aha’, zegt de oudere vermoedelijk autochtone man. ‘Wat vind je daar dan zo leuk?’. De jongen denkt even na. ‘Nou gewoon, het is een leuke buurt. Leuke mensen.’ ‘Oh ja, wat voor mensen dan’, vraagt de oudere vermoedelijk autochtone man vriendelijk. ‘Nou gewoon, leuke mensen. Veel allochtonen’, grijnst de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen. De oudere vermoedelijk autochtone man weegt zijn woorden voorzichtig. ‘Ja’, zegt hij dan. ‘Het is inderdaad heel divers ja.’
Nu kijkt iedereen een tijdje stil voor zich uit. Bij station Leiden staat de man op. ‘Veel plezier dan he, in Leiden’, zegt de vermoedelijk Turks-Nederlandse jongen. ‘Jullie in Rotterdam. En Den Haag’, zegt de oudere vermoedelijk autochtone man. Ze lachen vriendelijk naar elkaar. Ik kijk naar het raam. ‘Stiltecoupe’, staat er.