Imagine there’s no integration

Als John Lennon nog geleefd had, had hij er goed aan gedaan dit zinnetje toe te voegen aan zijn beroemde songtekst. Wat mij betreft dan. Ik heb namelijk een beetje last van integratie-moeheid. Je kent het wel, de bomen zijn kaal, het is koud buiten, het regent de hele tijd en je hebt geen zin meer om de krant te lezen. Dokter, heeft u daar iets tegen? Integratiemoeheid?*

Volgens mij ben ik in de minderheid. De meeste mensen hebben helemaal geen last van integratiemoeheid. Sterker nog, die willen alleen maar meer integratie. Al is vaak niet duidelijk wat dat is, integratie. Maar het schijnt goed te zijn tegen allerlei kwaaltjes. Een soort van vaccin tegen sociale problemen. We hebben het griepvaccin tegen Mexicaanse griep, en voor al uw sociale problemen hebben we nu: tudududuh: integratie! Je kunt het namelijk zo gek niet bedenken of integratie helpt ertegen. Schotelantennes? Integratie! Hangjongeren? Integratie! Criminaliteit? Integratie! Overgewicht? Integratie! Homohaat? Integratie! Minarettenverbod? Nou vooruit, dat kan eigenlijk niet natuurlijk, maar je kan natuurlijk voorkomen dat het zo ver komt, gewoon door meer integratie.

Het woord ‘integratie’ wordt zo vaak gebruikt, voor zoveel verschillende doeleinden, dat het inmiddels niet meer duidelijk is wat het betekent. Behalve dan dat het helpt tegen problemen. Het lijkt zoiets te betekenen als ‘situatie waarin allochtonen geen problemen meer veroorzaken’.

Heeft u last van allochtonen? Zorg dan voor integratie (=situatie waarin allochtonen geen problemen meer veroorzaken).

Voordat ik die beschuldiging weer krijg: nee, ik wil geen problemen wegstoppen, verbloemen of onbenoemd laten. Ik wil ze juist zo concreet mogelijk benoemen. Maar daar helpt het woord integratie volgens mij helemaal niet bij. Want wat is dat nu eigenlijk, integratie? Het wordt te pas en te onpas gebruikt, maar ik begrijp eigenlijk niet altijd wat het betekent. En dat bedoel ik niet ironisch; ik snap het echt niet. Laten we eens kijken naar de letterlijke betekenis van het woord integratie. Dat betekent zoiets als: de uitkomst van het integreren. Wat is integreren? Dat betekent: een geheel worden. Dat klopt, we zeggen bijvoorbeeld van banken dat ze gaan integreren en dan bedoelen we dat ze een geheel gaan worden (al schijnt dat ook lang niet altijd een goed idee te zijn). Aha. We moeten dus meer een geheel worden! Maar dat zeggen we niet, in het ’integratiedebat.’ We zeggen namelijk: zij moeten integreren. Dus zij moeten meer een geheel worden. Blijkbaar zijn zij, de allochtonen dus , geen geheel. Maar dat bedoelen we ook niet.

We vinden juist dat ze teveel een geheel zijn, dat ze te veel bij elkaar klitten, dat ze teveel conformeren aan de eigen groep, dat ze niet genoeg individu zijn. Of soms zeggen we het juist op individueel niveau: hij (of zij) moet integreren (of soms: is geïntegreerd!). Dan zeggen we dus eigenlijk dat iemand (nog) geen geheel is. En daarover hoor je nou nooit eens iemand: ‘Nieuw maatschappelijk probleem: veel allochtonen kampen met loszittende lichaamsdelen, maar goed nieuws, inmiddels zijn ze weer geïntegreerd!’ Taalkundig is het dus allesbehalve eenduidig wat integratie betekent.

Een ander probleem van ‘integratie’ is de meetbaarheid. Hoe stel je integratie vast? Een beproefde methode is dan om bijvoorbeeld te kijken naar sociaal economische cijfers als arbeidsparticipatie of onderwijsniveau. Maar dan kan je het net zo goed ook zo noemen: mate van arbeidsparticipatie of onderwijsniveau. Wat de term ‘integratie’ daaraan toevoegt is niet helemaal duidelijk.

Dat blijkt ook uit het feit dat er ook nog zoiets is bedacht als ‘sociaal-culturele integratie’. Dan wordt er gekeken of de normen en waarden van een etnische groep overeenkomen met die van de ‘gemiddelde autochtone Nederlander‘. Dat levert echter ook allerlei operationele problemen op. Het SCP hanteerde bijvoorbeeld in haar jaarrapport integratie 2006 als criterium voor integratie de ‘man-vrouw opvattingen’ van groepen.

Op basis van een reeks vragen wordt dan een score vastgesteld tussen 0 en 5, oplopend van conservatief tot modern, en kunnen verschillende etnische groepen vergeleken worden. Maar ook hier zijn de resultaten uitermate verwarrend. Zo blijken binnen alle etnische groepen (ook de autochtoon Nederlandse) zaken als opleidingsniveau, sekse en leeftijd voor grote verschillen te zorgen. Sterker nog, er blijken subgroepen (zoals de tweede generatie Surinamers en Antillianen) te zijn die hoger scoren op dit criterium dan de gemiddelde autochtoon. Aangezien dit een maatstaf is voor integratie, betekent dit dat deze groep beter is geïntegreerd dan de gemiddelde autochtone Nederlander! We hebben het namelijk niet sec over man-vrouw opvattingen onder verschillende groepen binnen de samenleving, nee, we noemen dit ‘sociaal-culturele integratie’. We zeggen dus, dit is het gemiddelde, als je dat bereikt, dan ben je geïntegreerd. En dan blijkt dat er groepen zijn die \ even hoog of hoger scoren. Dan zijn die dus meer geïntegreerd dan gemiddeld. Denk daar even over na. Hoe kan dat? Hoe kan je meer geïntegreerd zijn dan datgene waarin je bent geïntegreerd? Ben je dan over- geïntegreerd?

En wat betekenen deze uitkomsten voor die arme autochtonen die onder het gemiddelde zitten? Zijn die dan ook niet geïntegreerd? Nee natuurlijk niet, die zijn gewoon conservatief, ouderwets.

Dus als de ene groep mensen bepaalde denkbeelden heeft, dan zijn ze ouderwets, en als de andere groep mensen dezelfde denkbeelden heeft dan zijn ze ouderwets en niet geïntegreerd. Maar wat betekent dat niet-geïntegreerd zijn dan?

In het verlengde daarvan: wanneer is iets dan een integratieprobleem? Het probleem van heel veel ‘integratieproblemen’ lijkt namelijk te zijn dat die problemen er überhaupt al zijn. Neem het voorbeeld van taalachterstanden. Dat is nou typisch een integratie-probleem toch? Mensen beheersen het Nederlands onvoldoende doordat zij niet geïntegreerd zijn (overigens is het nogal de vraag of het spreken van de taal opeens zal zorgen voor een vlotte maatschappelijke participatie, als je kijkt naar de nog veel slechtere positie van bijvoorbeeld Franse Algerijnen, of Afro-Amerikanen…). Het blijkt echter dat nogal wat autochtone Nederlanders daar ook last van hebben. Zo kampen veel scholen in Drenthe met taalachterstanden bij blanke Drentse kinderen. Die spreken namelijk thuis voornamelijk dialect, en komen met taalachterstanden de school in. Niemand die daar het ‘woord’ integratie bij in de mond durft te nemen.

Het blijft dus onduidelijk wat integratie nou precies inhoudt. Ik kom er in elk geval niet uit.

Je zult maar moeten integreren: ik zou niet weten waar ik moest beginnen. En nogmaals, ik wil hiermee bepaald niet beweren dat er in de samenleving geen problemen bestaan. Integendeel. Die problemen moeten juist benoemd worden. Daar helpt de term ‘integratie’ alleen niet echt bij. Sterker nog, die levert alleen maar meer verwarring op. Bij mij althans wel.
Dokter, heeft u al een receptje?

*Mijn verwarring over integratie is voor een groot deel te danken aan de Rotterdamse socioloog Willem Schinkel, die in zijn boeken ‘Denken in een tijd van sociale hypochondrie’ en ‘De gedroomde samenleving’ het concept ‘integratie’ genadeloos analyseert.