What’s up God: Islam en Hiphop van South Central tot Slotervaart

What’s up God?-
Islam en Hiphop van South Central tot Slotervaart
Door Arjan Verdooren en Samuel Holleran

Gepubliceerd in: Eutopia, internationaal venster op poltiek, cultuur en kunst,               nummer 20, december 2008
The perseverence of a rebel I drop heavier levels    
It’s unseen or heard, a king with words
Can’t knock the hustle, but I’ve seen street dreams deferred
Dark spots in my mind where the scene occurred
Some say I’m too deep, I’m in too deep to sleep
Through me, Muhammed will forever speak
(Common, ‘The 6th Sense’, 2000)

Op het eerste gezicht is het een verhouding die zich vooral lijkt te kenmerken door contradicties: Islam tegenover hiphop. Vooral als je de sterke beelden die er over beide culturen leven als uitgangpunt neemt, vallen met name de tegenstellingen op: het rauwe hedonisme van de hiphopcultuur tegenover de gediscplineerde ingetogenheid van de Islam. Hennesy cognac, bling bling en bootyshaking  tegenover Ramadan, zakaat (aalmoesverplichting) en een conservatieve sexuele moraal. Toch blijkt de band tussen de Islam en hiphop een stuk inniger te zijn dan wel wordt gedacht. Bijzonder veel Amerikaanse rappers zijn moslim, variërend van Soenitische bekeerlingen tot volgers van de ‘Five Percent Nation’, een splintergroepering van de Afro-Amerikaanse beweging ‘Nation of Islam’ waar ook Malcolm X toe behoorde. Tegelijkertijd voelen bijzonder veel Europese jongeren met een moslimachtergrond zich aangetrokken tot de hiphopcultuur en rapmuziek (1). Er lijkt dus sprake van een opmerkelijke spiegel; van Amerikaanse rappers die inspiratie zoeken in de Islam enerzijds, en Europese moslims die in hiphop een uitingsvorm vinden anderzijds.
Om dit spiegelbeeld te onderzoeken  verkennen we drie velden waar hiphop en Islam elkaar tegenkomen. We beginnen bij de rol  van de Islam binnen de Amerikaanse hiphopcultuur. Vervolgens kijken we naar de manier waarop Europese moslimjongeren zich de taal van de hiphop toeeigenen. Tenslotte kijken we hoe hiphop en Islam aan beide zijden van de oceaan samenkomen in een transnationale Islamitisch geinspireerde hiphopcultuur.

1. ISLAM IN THE HOOD: FIVE PERCENTERS
De invloed van de Islam op de Amerikaanse hiphopcultuur is vooral een gevolg van de ‘Five Percent Nation’, een groepering waartoe een significant aantal invloedrijke rappers uit de VS behoren. Onder de Five Percenters bevinden zich meerdere Hiphop-pioniers als Rakim, Brand Nubian en Big Daddy Kane, en meer recente hiphopiconen als Guru, Ice Cube, Busta Rhymes en de Wu Tang Clan. De ‘Five Percent Nation’ was een afsplitsing van de ‘Nation of Islam’  (NOI) een Afro-Amerikaanse Islamitische beweging, die Islamitische inspiratie combineerde met een  militant zwart bewustzijn door te claimen dat de Islam de oorspronkelijke religie van Afro-Amerikanen was.

De ‘Five Percent Nation’, officieel ‘Nation of Gods and Earths’ geheten, werd in de jaren ’60 opgericht door ene Clarence 13X , die een door Malcolm X geleide NOI  Moskee in Harlem  verliet om een reeks ‘storefront’ tempels op te richten (Harlem wordt sindsdien door Five Percenters nog steeds ‘Mekka’ genoemd). In de loop der jaren ontwikkelde de Nation zich van een marginaal clubje van ‘street protectors’ die vroege hiphoppers beschermden tegen lokale streetgangs tot een groep centra die hip-hop humanisme, zelfwaarde, en conservatieve familie waarden prediken. In de late jaren ’80, toen rap bij een breed publiek populair werd  en NOI-leider Louis Farakahn (die breed gerespecteerd wordt door de Five Percenters) regelmatig krantenkoppen haalde, kreeg  de groep algemene bekenheid toen Rakim als eerste rapper publiekelijk uitkwam voor zijn lidmaatschap.(2)Toch bestaat ook in de VS nog veel onwetendheid over de Five Percenters; op de website van de FBI valt bijvoorbeeld te lezen dat Five Percenters de ‘vijf procent van de moslims vormt die roken en alcohol drinken’.

De ideologie van de Nation is gestoeld op een opmerkelijke mix van numerologie, cosmologie, Masons, Gnostisime, Soennisme, Soefisme en Christendom; de naam Five Percenters danken ze aan de overtuiging dat 85 procent van de mensheid in essentie onwetend is, 10 % van nature actief kwaadaardig is, en 5 % rechtvaardig is en de waarheid kent. Het is het mandaat van de ‘Gods (Five Percent-mannen) en Earths’ (Five Percent vrouwen) om de wetenschappelijke lessen van het heelal te ontsluiten, ‘kennis’ te verspreiden en de ‘zwarte familie’ te verenigen. Net zoals de Nation of Islam, worden Five Percenters vaak met argusogen bekeken door ‘reguliere’ moslims; niet in het minst omdat voor five percenters Allah niet de enige ware God is, maar een acroniem voor de mens: Arm-Leg-Leg-Arm-Head..

Ondanks de verkoop van miljoenen albums van Five Percenter rappers  lijken slechts weinig luisteraars zich bewust van de verwijzingen naar Five Percent ideologie in hun teksten. Toch zijn veel hiphoptermen als ‘represent’, ‘break it down’, ‘word is bond’, en zelfs het vaak gebezigde ‘peace’ oorspronkelijk Five Percenter taal. Zelfs de term ‘G.’, tegenwoordig gebruikt als afkorting van ‘Gangster’ komt uit de Five Percenter stal: oorspronkelijk stond het echter voor ‘God’, de aanspreekvorm voor Five Percenters onderling.(3)

Five Percenters gebruiken de Islam in de traditie van de ‘Nation of Islam’  vooral als een manier om zich verder te distantieren van de dominante samenleving door zich af te keren van het Christelijke geloof. Op die manier cultiveren ze het subversieve karakter van hun raps verder, terwijl ze op een creatieve manier ontkomen aan het label van de ‘zwarte Amerikaan’; ze zijn immers niet alleen zwart, maar ook nog eens ‘moslim’ en maken zich daarmee ongrijpbaar. Tegelijkertijd geeft de creatieve ideologie van de Five Percenters hen de gelegenheid om op een unieke manier ‘black consiousness’ te prediken: de zwarte man als onderdrukte God. Op haast profetische wijze kunnen ze de superioriteit van de zwarte man en zijn aanstaande koninkrijk op aarde bezingen. Five Percenter rappers nemen hierin de rol aan van de voorlopers van hun gemeenschap, van diegenen die de waarheid kennen en de taak hebben deze te verkondigen en de onwetenden te verlichten.

I fear for the 85 that don’t gotta clue
how could he know what the fuck he never knew
God cypher the rhyme come to show and come to prove (4)
(Method Man/Ol’ Dirty Bastard,, ‘Rawhide’, 1995)

Via Five Percenter-invloed zijn er in de loop der jaren veel referenties aan de Islam Allah, of de profeet Mohammed in rapteksten terecht gekomen. Hoe groot de ‘Islamitische’ invloed op hiphop is blijkt echter vooral uit de vele Islamitische referenties door rappers die niet tot de Five Percenters behoren als Common, Wyclef Jean en Tupac Shakur. Zij lijken de Islam vooral te gebruiken als metafoor voor puurheid, waarheid of een vroom leven: de Islam als tegengif tegen de verleidingen van de getto-cultuur. Juist de vele referenties aan de Islam van niet-Islamitische rappers vormen misschien wel het ultieme bewijs dat Islam de ‘officieuze religie van de hiphopcultuur’ is, zoals sommige hiphopexperts beweren (5).

Oh you a Muslim now, no more dope game
Heard you might be comin home, just got bail
Wanna go to the Mosque, don’t wanna chase tail
It seems I lost my little homie he’s a changed man
Hit the pen and now no sinnin is the game plan
(Tupac, ‘I aint mad atcha’, 1997)

2. HIPHOP IN DE BUITENWIJKEN: DE JIHAD VAN DE STRAAT

Aan de andere kant van de spiegel bevinden zich de Nederlandse jongeren met een moslimachtergrond die zich herkennen in de teksten van Amerikaanse rappers, en een groot aandeel innemen in de Nederlandse hiphopscene. Het discours van veel Amerikaanse rappers, dat bol staat van reacties op sociale achterstanden en het vijanbeeld van de blanke meerderheid dat hen ten deel valt, wordt door hen toegepast op hun eigen lokale context. In hun geval gaat het dan om een omgeving die hen als moslims voortdurend bekritiseert en stereotypeert, en waarin ze vechten tegen achterstand, sociale uitsluiting en de zuigkracht van de straatcultuur. Dat verklaart tevens de grote populariteit van het overleden hiphop-icoon Tupac onder voornamelijk Marokkaanse jongeren. Tupac, die het ene moment op agressieve wijze zijn vijanden (rivaliserende rappers en de vijandige blanke buitenwereld) verbaal attaqueerde, en het andere moment rapte over  verzoening, moreel-spirituele verheffing of de liefde voor zijn moeder, personificeert veel meer dan een-dimensionale gangsterrappers als 50 cent de dilemma’s van de straatcultuur en de positie van de gemarginaliseerde minderheid.

Tupac vindt inmiddels in Appa een Nederlandse equivalent, die zijn Amerikaanse voorbeeld inmiddels in populariteit naar de kroon steekt (6). Door enerzijds het materialisme en de verleidingen van de straat te bezingen, en anderzijds de zorgen en problemen die dit met zich meebrengt, verhaalt hij van de barrieres die (Marokkaanse) staatjongens moeten overwinnen in hun zoektocht naar zingeving en een beter leven. De innerlijke strijd die hiermee gepaard gaat vertoont met enige fantasie zelfs overeenkomsten met de ‘grote Jihad’ die immers ook gaat over het overwinnen van de obstakels om tot een beter (Islamitisch) leven te komen.

Ik weerleg m’n ziel door dit te rijmen
ik leef m’n hele leven lang in de schaduw
Terwijl ik ben geboren om te schijnen geboren om te strijden
Tegen onrecht en onderdrukking dus open alsjeblieft je oren en blijf bij me
(Appa, ‘Straatfilosoof’, 2007)

Een ander belangrijk element van Amerikaanse hiphopmuziek waar Nederlandse moslimjongeren zich in herkennen is het zich verweren tegen de stereotypen en vooroordelen van de dominante samenleving. Veel Amerikaanse rappers spelen bewust met de beeldvorming rondom zwarte mannen in de Amerikaanse samenleving.  De Afro-Amerikaanse  schrijver en criticus Charles Johnson toont dit aan aan de hand van het concept ‘blackness’ .Centraal staat voor hem dat de blanke constructie van het zwarte lichaam als ‘stained’(7) (bevlekt of bezoedeld) twee verschillende -maar soms overlappende – counterstrategien biedt: die van de  ‘trotse’ (Afrocentricus en militant) en de ‘bedrieger’ (‘gangsta’ en ‘playa’). In het eerste geval wordt het label van ‘Blackness’ geaccepteerd om vervolgens de negatieve connotatie van het zwart-zijn om te draaien, door te stellen dat ‘black beautiful is’ en de ‘Afrikaanse’ cultuur te cultiveren. Dit leidde tot de trend van ‘Afrocentricity’ in hiphop in de jaren ’90, waarin Afrikaanse symbolen als kralen en shirts met Afrika-prints veelvuldig door rappers als De La Soul en Jungle Brothers werden gedragen.  In het tweede geval wordt de status van ‘stained’  omarmd om het negatieve imago vakkundig te exploiteren door het tot in het extreme door te voeren. “In dit geval, is de bezoedeling als de zware make-up van een clown; het verbergt je volledig en je wordt een soort cultheld onder deze Zorro-achtige jas van ‘Blackness’”(8). Dit laatste gaat op voor veel ‘gangsta-rappers’ , die met hun extreem overdreven ganster-personages de stereotypen van zwarte mannen als hypersexueel en gewelddadig aan de kaak te stellen (9). Rappers als Tupac moeten dan niet alleen als muzikanten gezien worden, maar ook als iconen van een opgeblazen idee van ‘thug-life’ (de tattoo die Tupac over zijn borst had getatoeeeerd en inmiddels van South Central Los Angeles tot Slotervaart als grafititekst is terug te vinden).

Zoals Amerikaanse rappers spelen met de stereotypen van zwarte jonge mannen als  gewelddadige, hyperseksuele ‘gangsters’, zo gebruiken ook Nederlandse rappers de vooroordelen die er over hen leven voor persiflage,  confrontatie en contoverse. Het bekendste voorbeeld hiervan is waarschijnlijk de Almeerse rapper Raymzter, die in 2002 een hit had met het nummer ‘Kut-Marokkanen’, waarmee hij verwees naar de term die de Amsterdams wethouder Oudkerk zich tijdens een onderhoud met Job Cohen liet ontglippen.
Het markeerde de opkomt van Marokkaans-Nederlandse rappers met als bekendste voorbeeld natuurlijk Ali B., die in het begin van zijn carriere discriminatie en het straatleven nog tot hoofdthema had. Salah Edin (naar de Koerdische generaal die Jeruzalem heroverde op de kruisvaarders) is in Nederland een rapper die een vergelijkbare strategie lijkt toe te passen als zijn Amerikaanse voorbeelden als het gaat om het spelen met stereotypen. Door op de cover van zijn debuutalbum ‘Nederlands grootste nachtmerrie’ als Mohammed B. te poseren en in de videoclip voor zijn single ‘Het land van’ te verschijnen met een bomgordel om zijn middel en in een oranje overall á la Guantamo Bay wist hij de aandacht te trekken van media en politici. Het feit dat Geert Wilders in zijn anti-Islam pamflet Fitna per abuis de foto van Salah Edin toonde in plaats van die van Mohammed B. en dat de SGP-fractie kamervragen stelde naar aanleiding van zijn videoclip (overigens zonder deze ooit gezien te hebben, bleek later) illustreerde juist de stereotype beelden die de rapper wilde blootleggen; die van ‘ Marokkaanse’ jongeren als extremisten en terroristen.

Het land van het hoogste percentage moslimhaters
Het land dat is opgebouwd door onze vaders
Het land dat ons ziet als gevaar en terreur
Land van mooie dromen, stelt me teleur
Het land van kapitalisme, onderhuids racisme, materialisme het land dat loopt te bitchen
(Salah Edin, ‘Het Land van’, 2007)

3. EEN GLOBALE HIPHOP-UMMAH?
De Amerikaanse en Nederlandse Islamitische hiphopscenes ontwikkelen zich niet alleen los van elkaar.Naast de lokaal georienteerde hiphopcommunities lijken zich er aan beide zijden meer internationaal georienteerde hiphoppers met Islamitische inspiratie te manifesteren, die naar elkaar toegroeien in een transnationale hiphop-ummah, waarin de ontmoetingen  tussen Islam en hiphop steeds concreter worden.

Zo bevinden zich in de Amerikaanse rapscene een aantal vooraantaande Soenitische rappers als Mos Def, Lupe Fiasco, Talib Kweli en voormalg ‘Tribe called Quest’ rapper Q-tip,  die allen bekend staan als ‘social consious rappers’. In hun referenties aan Islam plaatsen zij zich eerder in een transnationaal Islamitisch verband, en vinden zij in de Islam inspiratie voor broederschap en het bekritiseren voor internationale misstanden (10). Mos Def., die zijn nummer ‘Fear not of man’  zelfs laat beginnen met gebed (‘Bismillah ir Rahman ir Raheem’)  trekt in een interview zelfs parallelen tussen Koranrecitatie en hiphop, die immers beiden op basis van rijm en ritme worden voorgedragen (11).”

Het heeft er de schijn van dat de Islam als inspiratiebron voor deze rappers een alternatief is geworden voor de  ‘Afrocentricity’  van de jaren 90. Zoals het militante voorstaan op de Afrikaanse wortels een manier was om de meerderheidspercepties van de zwarte man als minderwaardig af te weren, zo is de aansluiting met de Moslimgemeenschap zeker in het post-911 tijdperk een statement dat men zich associeert met de onderdrukte maar spiritueel en moreel superieure Ummah. Een transnationaal eenheidsproject op Islamitische leest lijkt daarbij vandaag de dag krachtiger en aantrekkelijker dan de postkoloniale Afro-Atlantische hiphopcommunity, die meer een fantastische aspiratie dan realiteit’ was (12)

One man, one voice, one mic
One God, one voice, one life
One man, gon’ shine my life
Black people unite, now hop up and do it right
(Mos Def, ‘Umi Says’, 1999)

Naast Afro-Amerikaanse rappers met Islamitische inspiratie roert zich ook een groeiend aantal blanke en latino converts in de hiphop scene. De latino Amerikanen grijpen hiervoor terug op het grote aantal Spaanse Moren dat zich onder het voetvolk van de conquistadores bevond om hun bekering tot de Islam te legitimeren (13). Voor blanke rappers als Everlast en Brother Ali biedt hun toenadering tot de Islam bovendien het voordeel dat zij zich hiermee automatisch in een anti-establishment positie manoevreren. Dit levert hen de noodzakelijke street-credibility op die een rapper nodig heeft om als outsider de blank-christelijke dominantie aan de kaak te stellen.

Ook in Nederland wenden rappers als Salah Edin en Appa hiphop aan om uiting te geven aan solidariteit met hun (onderdrukte) broeders en zusters in de globale Ummah, of kritiek te uiten op het Westers of Amerikaans optreden in het Midden-Oosten (met name in Irak en Palestina). In het post 9/11 tijdperk spelen ze bovendien in de op de rol van moslims als ‘global underdog.’ De Deense hiphopformatie ‘Outlandish’ is een voorbeeld met veel internationaal succes waarin de Islamitische achtergrond van sommige bandleden (Outlandish bestaat uit een Marokkaanse, Pakistaanse en Honduraanse Deen) doorklinkt in zowel de tekst als vorm van hun muziek. Zij voegen elementen uit Arabische pop-muziek toe aan hun beats en refereren, analoog aan de Latino bekeerlingen in de VS, aan zichzelf als ‘Moros’, hiermee hun Latino-Arabische connectie onderstrepend. In hun nummers bezingen ze zowel de positie van Europese moslims als die van geloofsgenoten elders ter wereld, en referen doelbewust aan de ‘zwarte wortels’ van de hiphopcultuur.

Hip hops changed, ain’t a black thing anymore G
Young kids in Baghdad showing 2 on 3
Holla West coast?! Naah West bank for life
Upside down, holla for my moros aight
Spit rhymes in Arabic on the same level like Jada
You wouldn’t know if you should head bang or belly dance playa
(Outlandish, ‘El Moro’)

CONCLUSIES: Islam en Hiphop in transatlantisch perspectief

Zowel in de VS als Nederland/ Europa, biedt de ontmoeting tussen Islam en hiphop mogelijkheden  om zowel lokale als globale ontwikkelingen te bespreken.

Op het lokale niveau gaat het in de VS om de achtergestelde positie van zwarte, en in toenemende mate latino en arabische Amerikanen, terwijl in Europa de toenemende achterdocht tegenover moslims, en de criminalisering van (in Nederland) voornamelijk Marokkaans- Nederlands jongens centraal staan. Islam en hiphop bieden bieden aan minderheidsgroepen aan beide kanten van de oceaan een alternatieve taal om hun sociale en politieke positie te bespreken. De Islam biedt (Afro)-Amerikaanse rappers een cultuur waarmee ze zich kunnen identificeren, wellicht niet zozeer op inhoudelijk alswel op symbolisch niveau, en zich politiek, moreel en spiritueel te herpositioneren. Andersom biedt hiphop voor Islamtische jongeren in Europa en Nederland een taal om uiting te geven aan gevoelens van marginalisering en tweederangs burgerschap. Doordat hiphop vanuit haar geschiedenis een traditie heeft als spreekbuis voor een gemarginaliseerde klasse, kunnen Europese moslimjongeren inhaken op het discours en de vorm van hiphop, en daar vervolgens hun eigen invulling aan geven.

Op globaal niveau maken Islamtische rappers in zowel de V.S. als Europa gebruik van hiphop als een podium om vermeend onrecht tegenover Moslims en andere slachtoffer van neokolonialsme of onderdrukking aan te klagen. Hierbij ontstaat er een Islamitisch geinspireerd anti-imperialistisch discours, waarvan zowel Amerikaanse als Europese rappers gebruik kunnen maken. Door zich in de transnationale hiphop ummah te plaatsen kan zowel solidariteit worden opgeeist met ‘broeders’ elders ter aarde als kracht en inspiratie worden geput uit de broederschapsband.

Hiphop lijkt daarmee een krachtige globale subcultuur te zijn geworden, die groepen aan de onderkant van de samenleving de gelegenheid biedt om hun positie te herdefinieren en zo te ontkomen aan de negatieve beeldvorming van de meerderheid. Het zou echter een fout zijn
hiphop te benoemen tot de ideale subcultuur voor een anti-imperialistische en emanciperende boodschap. Dan  zouden we de minder fraaie uitingen als Croatische nationalistische rap (14)  en Franse white power rap (15) over het hoofd zien, om maar niet te spreken van het (niet-ironische) materialisme, seksisme en geweld dat veel commerciele rap kenmerkt.
De vergelijking met Islam en Hiphop anno 2008  leert dat net zoals mensen in Islam inspiratie vinden voor zowel nihilsme en patriachalisme als voor spiritualiteit en sociale rechtvaardigheid, ook hiphop een spreekbuis kan zijn voor beide.

Noten:
(1) Voor een beschrijving van de voorliefde van ‘Marokkaanse’ straatjongens voor (gansta)rap, zie bijvoorbeeld het proefschrift van Jan-Dirk de Jong, Kapot Moeilijk, over ‘Marokkaanse’ straatjongensof M, Gazzah, ‘Maroc-hop: Music and Youth Identities’ in ISIM Review, no.16, autumn 2005, page 6-7.
(2) Miyakawa, Felicia M. Five Percenter Rap: God Hop’s Music, Message, and Black Muslim Mission. (Bloomington, Indiana: Indiana University Press, 2005). p. 21.
(3) T. Swedenburg (1997). Islam in the Mix: Lessons of the Five Percent. Anthropology Colloquium, February 19, 1997, University of Arkansas
(4). De ‘cypher’ is een 5 percenter term die staat voor de geheimen die alleen de 5 percenters kennen.

(5) Bijvoorbeeld ‘MuslimHiphop’kenner Adisa Banjoko

(6) Dit wil niet zeggen dat rappers als Appa klakkeloos de gangsta-lifestyle van Amerikaanse rappers overnemen. In een interview met Statemagazine zegt Appa:  “Mensen noemen mijn rap gangsta-rap? Ik ben geen gangster! Dat heb je mij nooit horen zeggen. Ik ben een straatrat” http://www.statemagazine.nl/forum.php/article?data%5Barticleid%5D=1188

(7) Voor het doel van deze verkenning definieren we ‘otherness’ as een vergelijkbaar concept van de kant van de meerderheid dat toepasbaar is op zowel mensen van Afrikaanse als van Arabische afkomst.
(8) Perry, Imani. Prophets of the Hood: Politics and Poetics in Hip Hop. (Durham, North Carolina: Duke University Press, 2004). p. 41.
(9) Zo stak Wijlen Ol’ Dirt Bastard van de Wu Tang Clan zijn mondvol gouden tanden vaak direct in de camera, en kwam de Lynch Mobb (discipelen van Ice Cube) met het album ‘Guerillas in the Mist’, waarin ze handig het idee van zwarte mannen als apen uitspeelden. In dit geval zijn ze echter Guerillas (a la Che Gueverra), straatsoldaten en overlevers klaar voor een gewelddadige opstand.
(10) Mos Def zegt hierover bijvoorbeeld in een interview met Beliefnet.com: It’s about speaking out against oppression wherever you can,” (…). “If that’s gonna be in Bosnia or Kosovo or Chechnya or places where Muslims are being persecuted; or if it’s gonna be in Sierra Leone or Colombia–you know, if people’s basic human rights are being abused and violated, then Islam has an interest in speaking out against it, because we’re charged to be the leaders of humanity.”
(11) Mos Def; “I mean, do you know how much information — vital information — you could get across in three minutes?! (…) the Qur’an is like that. The reason that people are able to be hafiz  (iemand die de Koran in zijn geheel kan reciteren) is because the entire Qur’an rhymes(…) there’s a rhyme scheme in all of it. (..) And it holds fast to your memory. And then you start to have a deeper relationship with it on recitation. (…) hip hop has the ability to do that — on a poetic level .In: Hesham Samy Abdel-Alim, Hip hop Islam, Al Ahram Weekly Online, 7-13 Juli 2005, nr. 750, http://weekly.ahram.org.eg/2005/750/feature.htm
(12) George Lipsitz

(13) Hisham Aidi, ‘Let us be Moors’- Islam, Race and “Connected Histories”, Middle East Report Online http://www.merip.org/mer/mer229/229_aidi.html
(14) Mitchell, Tony (ed). Global Noise: Rap Outside the USA. (Middletown, Connecticut: Wesleyan University Press, 2001). p. 9
(15) A.J.M. Prévos, The Evolution of French Rap Music and Hip Hop Culture in the 1980s and 1990sThe French Review, Vol. 69, No. 5, (Apr., 1996), pp. 713-725